Vandaag lees ik in Het Nieuwsblad dat "een huis in korte tijd onbetaalbaar is geworden voor de meeste alleenstaanden. Zelfs de helft van de tweeverdieners heeft financiële hulp nodig, bijvoorbeeld van de ouders". Zoiets kan en mag je als socialist niet aanvaarden. Die onzichtbare tweedeling tussen haves en have-nots moet met een reeks concrete maatregelen weggewerkt. Daarbij moeten we alles in het werk stellen om wonen goedkoper te maken.


Elke gemeente of stad moet zorgen dat minstens een voldoende groot deel van een woonuitbreidingsgebied in kleinere en goedkopere percelen verkaveld wordt.

Ook moet er dringend een heffing komen op onbebouwde percelen. Zo komen er meer percelen op de markt. Vanzelfsprekend stellen we daarbij gezinnen vrij die bouwgrond voor hun kinderen opzij houden.

Sociale leningen zijn uiterst efficiënt om (jonge) gezinnen met kinderen de mogelijkheid te bieden een eigen woning te verwerven. Deze vorm van overheidssteun moeten we verder uitbouwen en versterken.

Het percentage aan sociale woningen in Vlaanderen en Brussel ligt veel lager dan het Europese gemiddelde. Wij willen dat 10% van de woningen een sociale woning is.

Tenslotte zijn er in Vlaanderen nog een aantal gemeenten waar geen enkele sociale woning staat. Dat kan niet. Er zou een absoluut minimum van 5% sociale woningen in elke gemeente moeten zijn.