“Cafébazen betalen tot 60 procent meer voor de aankoop van hun pils dan gewone consumenten”, zegt David Geerts.”Op die manier moeten ze wel failliet gaan.” Daarom vraagt hij samen met Horeca Vlaanderen een onderzoek naar de wurgcontracten tussen brouwerijen en cafébazen.

“In mijn café in Heist-op-en-Berg moet ik zo’n 140 euro betalen voor een vat van 50 liter bier”, zegt David Geerts. “Een particulier of een vrije cafébaas die naar de supermarkt trekt, moet voor dezelfde hoeveelheid bier - in flesjes - 85 euro neertellen. Ik begrijp dat er een bepaalde meerkost is, omdat de brouwers als eigenaar het café en de installaties onderhouden en de drank ook aan huis komen leveren. Maar een verschil van zo'n 60 procent is toch wel overdreven. We betalen tenslotte ook nog huur.'

Geerts moet zoveel betalen omdat zijn café, net als de meeste cafés in Vlaanderen, eigendom is van een bierbrouwer of een drankenhandelaar. De zogenaamde 'gebonden' cafébazen die deze cafés huren, hebben in hun contract een bepaling dat ze hun drank moeten afnemen bij de bewuste brouwer of drankenhandelaar.

Daarom dringt Geerts er bij economieminister Johan Vande Lanotte op aan om een onderzoek te openen naar deze huurcontracten.

Geerts krijgt voor die vraag steun van Horeca Vlaanderen. “Sommige brouwers of drankenhandelaars gaan te ver en dringen hun cafébazen echte wurgcontracten op”, zegt afgevaardigd bestuurder van Horeca Vlaanderen Danny Van Assche in Het Nieuwsblad. “Zo weten we dat er cafébazen zijn die zelfs hun toiletpapier bij hun brouwer moeten kopen, opnieuw tegen prijzen die niet marktconform zijn. Zo wordt het cafébazen onmogelijk gemaakt om te ondernemen, want alle prijzen liggen vast. Van vrije concurrentie is totaal geen sprake meer.”