Ook al zijn de politieke en ideologische verschillen tussen Caroline Gennez en Bart De Wever op een aantal vlakken levensgroot, ze delen toch een gezamenlijke, nieuwe mentaliteit, noem het de mentaliteit van een nieuwe politieke generatie. Allebei, zo bleek uit hun uitlatingen van de afgelopen dagen, gruwen ze van het steriele afbraakvoetbal dat op federaal niveau nu al een paar jaar iedere vorm van bestuur zo goed als onmogelijk maakt, en de politiek heeft laten verworden tot een uitzichtloos loopgravengevecht. Het is een afkeer voor strategietjes, politieke spelletjes, achterkamertjesafspraken, het beletten dat de tegenstrever ook maar één punt mag scoren.

Het is een vorm van politiek die de Wetstraat is binnengeslopen bij de start van Paars II, toen het haantjesgevecht over het politieke leiderschap tussen liberalen en socialisten de paarse formule uiteindelijk deed sneuvelen. Dat verklaart waarom Gennez en De Wever elkaar vonden, eerst in de keuze om met hun een-tweetje de liberalen naar de uitgang te begeleiden. Meer nog dan met ideologie had dat te maken met het vermoeden van onbetrouwbaarheid, de stille liberale sabotage van de eindfase van de eerste regering Peeters, het opkopen van politieke tegenstrevers ook. De Wever en Gennez delen nog de overtuiging - sommigen zullen het naïviteit noemen - dat politiek gaat om een eerbaar compromis, waarbij ieder probeert zoveel mogelijk punten binnen te halen, en begrijpt dat de tegenpartij dat ook wil. Ze hebben nog niet het cynisme van hun oudere collega's die van het wederzijds pesten en puur strategische overwegingen de corebusiness van hun politieke handelen hebben gemaakt. Dat merk je ook in de keuze van hun ministers, die ze zelfs ver weg van het klassieke politieke milieu gingen halen: expertise en het vermogen cijfertjes te lezen en te beheren zijn doorslaggevender factoren geweest dan ideologische bevlogenheid, naamsbekendheid of populariteit.

Die naamsbekendheid kan je immers ook als buitenparlementair verwerven, daar is Kris Peeters zelf het levende voorbeeld van. Zakelijkheid veronderstelt ook loyauteit en het besef dat je in team speelt, moet Frank Vandenbroucke ondervinden. Hij leert de les dat ook de meest briljante spits op het veld, als hij seizoenen lang in buitenspelpositie blijft hangen, uiteindelijk door de trainer op de bank wordt gezet.