Zelfs met hoerenchance lukt het niet

In een analyse van de begrotingsresultaten komt Knack vandaag tot de conclusie dat de regering ‘hoerenchance’ heeft en in 2019 tegen alle verwachtingen in een beter begrotingsrapport zal voorleggen dan iedereen tot nu toe dacht. Helaas is de analyse van Knack te rooskleurig en zal het deze regering zelfs met ‘hoerenchance’ niet lukken om de overheidsfinanciën grondig te verbeteren.

First things first. De regering heeft inderdaad veel geluk. De internationale conjunctuur, de lage olieprijs en de lage wisselkoers van de euro zorgen voor meer economische groei dan in de vorige regeerperiode. Dat is een grote meevaller, ook al blijft onze economische groei achter op die van de eurozone en is België de op twee na traagste groeier van de Eurozone. Maar een betere conjunctuur heeft per definitie geen effect op het structureel tekort van de begroting. 

De hogere groei (1,5 %) en de inflatie (1,6%) hebben dan wel een gunstig effect op de schuldgraad (door de grotere noemer, het BBP dus) maar beiden werden al meegenomen in de ramingen die het Federaal Planbureau maakte voor de Hoge Raad van Financiën. In die ramingen evolueert de bruto-schuldgraad zo van 105,8% naar 105,2% in 2019. Anders gezegd: verwaarloosbaar.

Hoe dan wel?

Als de schuldgraad in 2019 onder de 100% moet duiken, dan zijn daar 3 opties voor. 

Optie 1: activa verkopen. 

Optie 2: nog meer saneren. 

Optie 3: de groei en inflatie komen boven de ramingen van het Planbureau uit.

Eerst optie 1. Zo heeft de regering de kans om een deel van de aandelen van BNP Paribas te verkopen. De opbrengst daarvan moet rond de 2 miljard euro liggen. Mogelijk kan er later nog een deel van de resterende aandelen worden verkocht, wat het totaal op 4 miljard zou brengen.  Dat kan de bruto-overheidsschuld verlagen met 1,0% van het BBP, maar heeft natuurlijk geen invloed op de nettoschuld van onze overheid. Activa verkopen kan nuttig zijn, maar tot een structureel betere toestand van de openbare financiën leidt dat niet meteen. 

Conclusie: bij ongewijzigd beleid leidt optie 1 tot een verlaging van de schuldgraad van 105,2% naar 104,2% in 2019.

Optie 2 dan. Bij haar aantreden, beloofde de regering om de begroting te saneren om in 2018 een structureel evenwicht te bereiken. Bij de opmaak van het Stabiliteitsprogramma eind april besliste de regering om die onhaalbaar geworden doelstelling uit te stellen tot 2019 en te gaan voor het minimale traject van de Hoge Raad van Financiën. Wil de regering dat minimale traject nog maar volgen, zal ze tegen 2019 minstens 1,9% BBP moeten besparen. Het is behoorlijk onrealistisch om 2% structureel te saneren in twee verkiezingsjaren 2018 en 2019. Zeker als je weet dat deze regering volgens de Europese Commissie in de 3 begrotingsjaren (2015, 2016, 2017) samen - en dat zonder verkiezingen - slechts 0,9% BBP saneerde. 

Conclusie: zelfs al zou de regering erin slagen om deze onrealistische doelstelling van optie 2 te halen, dan nog komt de schuldgraad in 2019 uit op 101,3% van het BBP. Ja, dus nog steeds boven de 100% drempel.

Optie 3 tot slot. De regering rekent op extra veel geluk in een scenario waarin de groei en inflatie nog hoger ligt dan wat het Planbureau vandaag raamt. Daardoor zou het nominaal BBP toenemen en de schuldgraad automatisch dalen. Maar als deze ‘hoerenchance’ erin bestaat dat de inflatie, net zoals de voorbije jaren, hoger is in België dan in de buurlanden, dan leidt dit tot lagere concurrentiekracht en andere economische en budgettaire problemen.

Conclusie: optie 3 kan, maar dan wel alleen met ‘hoerenchance’ in het kwadraat. Maar als de daling van de schuldgraad wordt veroorzaakt door hogere inflatie is dat op langere termijn enkel schadelijk.

Deze discussie werd gesloten.