‘Inzake werkingsmiddelen evolueren we naar een basistoelage die voor elke leerling gelijk is op basis van niveau en studierichting.’ Dit schijnbaar onschuldige zinnetje uit het Vlaamse regeerakkoord zou heel wat scholen en leerlingen pijn kunnen doen. Tot nu toe kregen scholen naast middelen op basis van niveau en studierichting ook extra middelen op basis van de zogenaamde sociaal-economische status van haar leerlingen. Dat betekent dat scholen die meer kinderen hebben waarvan de moeder geen diploma heeft, het gezinsinkomen laag ligt, de ouders thuis geen Nederlands spreken of die uit een buurt met veel kansarmoede komen, extra geld krijgen om deze kinderen te ondersteunen en te begeleiden. Dat laatste criterium ‘sociaal-economische status’ dreigt de nieuwe Vlaamse regering nu af te schaffen. “De ongelijke startkansen worden op deze manier bevestigd en versterkt”, zegt Bruno Tobback. “'Als de onderwijsminister het regeerakkoord naar de letter uitvoert dan zijn de gevolgen zeer verregaand”, zegt Bruno Tobback. “De ongelijkheid in ons onderwijs zal alleen maar toenemen. Deze regering creëert geen kansen voor die kinderen en jongeren die net meer ondersteuning nodig hebben, en neemt daarbij de hoop op een betere toekomst weg. De vorige regeringen hebben net geïnvesteerd in gelijke onderwijskansen, met resultaat. We moeten daar dan ook net mee doorgaan.” Opvallend: Wie denkt dat het onderwijs zal verbeteren voor de sterken, mag die idee alvast opbergen, volgens Tobback: “Volgens wat wij nu weten zal 1 school op 2 middelen verliezen door deze beslissing. Leerkrachten die nu in de klas extra ondersteuning krijgen van een taakjuf of -meester voor kindjes met extra noden, zullen die niet meer krijgen. Daardoor zal de kwaliteit van het lesgeven aan de hele klas dalen, voor alle kinderen.” “Bovendien betekent grote ongelijkheid in het onderwijs, vaak een grotere ongelijkheid in het leven daarna. Die achterstand werken de meesten nooit meer weg en dat voelt de hele samenleving”, voorspelt Bruno Tobback. “Een beleid dat minder inzet op het best mogelijke onderwijs voor iedereen ontzegt kansen aan de volgende generatie waarvan de Vlaamse regering precies claimt de belangen te willen vrijwaren. Het is uiteindelijk ook negatief voor de zo nagestreefde concurrentiekracht. Goed opgeleide mensen zijn immers onze enige grondstof. Alle reden dus om er eerder te veel dan te weinig in te investeren. Het is hoog tijd dat de Vlaamse regering duidelijkheid schept over haar plannen”, besluit Bruno Tobback.