Minister Geens heeft een plan. Over een onderdeel zijn we erg bezorgd. Meer dan bezorgd. Boos eigenlijk. De minister vindt dat justitie zich niet meer moet uitspreken over witteboordencriminaliteit. Waar administratieve sancties mogelijk zijn, mag de strafrechter zich niet meer uitspreken, bijvoorbeeld in het sociaal, fiscaal en financieel strafrecht. Dat schrijft de minister in zijn plan.

Bij grote en ernstige fraude is een administratieve sanctie per definitie onvoldoende afschrikwekkend en weegt ze nooit op tegen de omvang van de maatschappelijke schade.

Blijkbaar zijn er twee soorten criminelen: met geld en zonder geld. Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden de fiscale wetten overtreden? Nooit meer voor de rechter, geen gevangenisstraf meer mogelijk. Handel met voorkennis en manipulatie van aandelenkoersen? Nooit meer voor de rechter, geen gevangenisstraf meer mogelijk. Schending van het sociaal recht? Nooit meer voor de rechter, geen gevangenisstraf meer mogelijk. Om dat laatste even te illustreren: wie mensen tegen 2 euro per uur tewerkstelt of wie bouwvakkers een stelling opjaagt zonder beveiliging, met een dodelijk arbeidsongeval tot gevolg, kan alleen nog vervolgd worden voor onopzettelijke slagen en verwondingen op basis van het strafrecht. Voor het aspect sociale fraude is alleen nog een administratieve straf mogelijk.

Motivering

De motivering die de minister geeft voor deze drastische omslag, is moeilijk te verkroppen. Het zou gaan om erg moeilijke zaken. Zaken die met veel procedurekwesties gepaard gaan, opgeworpen door dure, gespecialiseerde advocaten. Het zou gaan om zaken die al te vaak met een juridische sisser aflopen. Hij heeft gelijk: het is veel makkelijker een kleine winkeldief te veroordelen dan een frauderende bank of diamantair. Maar is capitulatie dan de juiste oplossing? Want dit is geen hervorming meer, maar een volledige capitulatie in de strijd tegen de witteboordencriminaliteit. Door dit plan uit te voeren verheft de minster de verziekte situatie bij justitie tot de norm.

Het plan van minister van Justitie Koen Geens om de witteboordencriminaliteit uit het strafrecht te halen is pure capitulatie.

Als justitie zich niet meer mag bemoeien met het sociaal, fiscaal en financieel strafrecht heeft dat nog een ander verregaand gevolg: de onderzoeksmiddelen die horen bij de strafrechtelijke aanpak vallen weg. Ook voor fiscale fraude die in de miljoenen loopt. Daar rest alleen de administratieve afhandeling. Die wordt dan weer bemoeilijkt door anderen in de regering: zo mogen de inlichtingen die de kaaimantaks voortbrengt, niet gebruikt worden voor fiscale controles. Dat schrijft de regering expliciet in de toelichting van het voorontwerp van die kaaimantaks. Hoewel het gaat over constructies in belastingparadijzen, vindt de regering het nodig de bouwers van die constructies gerust te stellen.

In zijn geheel biedt het fraudebeleid van deze regering een zeer geruststellende aanblik voor fraudeurs. De aangekondigde maatregelen van minister Geens zijn de kers op de taart: justitie wordt uitgeschakeld, terwijl de BBI vleugellam wordt gemaakt door minister van Financiën Johan Van Overtveldt en staatssecretaris voor de Bestrijding van de Fiscale Fraude Elke Sleurs.

Doeltreffend

Minister Geens, in de vorige regering hebben we samen maatregelen genomen om de doeltreffendheid van strafrechtelijke vervolging bij fiscale fraude te vergroten. We voerden een strafverzwaring in voor ernstige fiscale fraude, we zorgden voor gespecialiseerde magistraten, voor een gespecialiseerd ambt van fiscaal onderzoeks- en strafrechter, en voor multidisciplinaire onderzoeksteams bij de federale politie voor de strijd tegen de georganiseerde fiscale, sociale en financiële criminaliteit. Ons beleid van de afgelopen jaren was er net op gericht om ook in grote fraudezaken uitspraken ten gronde te krijgen. De bedoeling was het bestaande onrechtvaardigheidsgevoel bij een groot deel van de bevolking weg te nemen. Witteboordencriminelen af te schrikken door een ernstige, ontradende sanctie. Een sanctie die vermijdt dat criminelen aan het rekenen slaan en de gok wagen, omdat ze er toch slechts een deel van hun criminele winsten bij kunnen inschieten. Met één pennentrek zou u dit beleid naar de prullenmand verwijzen. In plaats van justitie te laten bewijzen dat ze de grote financiële criminaliteit wel degelijk de baas kan, kiest u voor de capitulatie. Waarom doet u het niet omgekeerd? Bij grote en ernstige fraude is een administratieve sanctie per definitie onvoldoende afschrikwekkend en weegt ze nooit op tegen de omvang van de maatschappelijke schade. Houd het daarom bij grote en ernstige fraudeurs simpel: breng ze allemaal voor de rechtbank en laat de rechter oordelen over hun straf. Dat kleine fraudeurs er bij een eerste inbreuk vanaf komen met een administratieve afhandeling is wél te verantwoorden. Bij grote fraudeurs is dat onaanvaardbaar. Als u toch met uw plannen doorgaat, kom dan achteraf niet klagen dat uw regering gepercipieerd wordt als de regering van de rijken, als de regering van de 1 procent. We hebben u gewaarschuwd.

Dit opiniestuk verscheen in De Tijd (20/03)