Minister van Financiën Johan Van Overtveldt slaakte eerder van de week een zucht van verlichting. De Europese Commissie had in haar lentevooruitzicht immers goed nieuws voor ons land: eindelijk weer groei, terwijl onze staatsschuld en de werkloosheid hun piek voorbij waren. “Wat zijn we goed bezig!”, zo interpreteerde Van Overtveldt de prognoses. De minister zag er de bevestiging van zijn beleid in en dat van zijn regering: zogenoemde structurele hervormingen in combinatie met een ijzeren begrotingsdiscipline heeft de motor opnieuw aan de praat gekregen. Wel, niets is minder waar.


De Europese economie is niet gegroeid door een hard besparings- en bezuinigingsbeleid, maar omdat de Europese commissie haar fout heeft ingezien en nu precies het tegenovergestelde doet: met name afstappen van die (Duitse) koers en weer investeren. Jawel, precies datgene waartegen Johan Van Overtveldt zich verzet, met alle gevolgen van dien voor ons land. De Belgische economie groeit immers minder snel dan de Europese, omdat onze regering met vertraging het mislukte Duitse recept voor de eurozone toepast. In deze blog gaan we bovendien nog een stap verder: de grootste rem op de Europese economie blijft nog altijd Duitsland, dat nu al 5 jaar de Europese macro-economische regels overtreedt. Tijd dus om Duitsland op de strafbank te zetten.

1. Consumptie en investeringen zorgen voor Europese groei

Het rapport dat de lente-vooruitzichten van de Commissie begeleidt, bevat zoals altijd een waaier aan informatie, waar iedereen zijn graantje van meepikt. Zo ook onze minister van Financiën. Johan Van Overtveldt ziet er de bevestiging van zijn conservatieve agenda in: de strenge begrotingsdiscipline en structurele hervormingen beginnen hun vruchten af te werpen. Het rapport van de Commissie bevat die woordenschat ook, maar net zoals de voorbije jaren is dat bovenal een geloofsbelijdenis. Nergens in het rapport vind je een economische analyse die dat bevestigt.
Integendeel, wie goed leest en de cijfers correct interpreteert, komt tot een heel andere conclusie.

Macro-economische kerncijfers België, Duitsland en de eurozone, 2015 tegenover 2014

De grootste motor van economische groei is private consumptie, ondersteund door groei van het beschikbaar inkomen. De voorspelde groei in de eurozone van 1,5% in 2015 valt uiteen in 1,1% binnenlandse vraag, 0,3% investeringen en 0,1% netto export. De lagere groei van België van 1,1% valt uiteen in 0,7% private consumptie en 0,4% netto export. Noch investeringen, noch onze overheden dragen bij tot de groei. Het EU-rapport over België stelt expliciet dat de zwakke binnenlandse vraag het gevolg is van de loonmatiging in ons land. Precies door die ‘zelf-veroorzaakte’ lagere groei (gevoed door een grotere saneringsinspanning dan in de rest van de eurozone) dalen onze werkloosheidsgraad én onze staatsschuld minder snel dan in andere landen.
De groei in de eurozone en in Duitsland is dus het gevolg van een sterke binnenlandse vraag en niet door een verbetering van de export na structurele hervormingen.

2. Duitsland moet op de macro-economische strafbank

Telkens als de Europese Commissie met haar herfst- en lentevooruitzichten uitpakt, gaat bijna alle aandacht naar de groei- en tewerkstellingscijfers én de begrotingscijfers. Wie zit er op de begrotingsstrafbank, wie mag er af?

Maar behalve de procedure van begrotingstoezicht is er nog een tweede, minder bekende procedure: de macro-economische onevenwichtsprocedure. Het idee achter deze procedure is dat de eurocrisis niet alleen - of zelfs helemaal niet - veroorzaakt is door begrotingsonevenwichten, maar ook door onevenwichten in de hele economie, bijvoorbeeld op vlak van handelsbalansen en geldstromen. Zo had Spanje bijvoorbeeld geen problematische overheidstekorten of staatsschuld, maar had het wel te kampen met een ‘real estate bubble’, gefinancierd met Duits en Frans spaargeld. Die vastgoedcrisis bezorgde Spanje een enorme economische kater.

Daarom gaat de Commissie nu jaarlijks na op welke domeinen EU-landen in onevenwicht zijn. Welnu, Duitsland is als sinds 2011 in onevenwicht op een belangrijk macro-economisch criterium: overschot op de lopende rekening van meer dan 6%. De lopende rekening meet de financiële positie van Duitsland ten opzichte van de rest van de wereld. Een surplus betekent dat er meer geld naar Duitsland vloeit (door overschot op de handelsbalans en/of financiële inkomsten) dan van Duitsland naar de andere landen. Eenvoudiger gesteld:  een overschot betekent dat er meer gespaard dan geïnvesteerd wordt. Sinds 2011 hebben zowel de Duitse gezinnen, bedrijven, banken als de overheid een overschot. Dat is behoorlijk uitzonderlijk, en ook problematisch.


Lopende rekening Duitsland

Bron: Europese Commissie, Country report Germany 2015

Het komt er op neer Duitsland zijn geld oppot, in plaats van het uit te geven en zo de Europese economie te doen draaien. Tot de crisis werd dat geld nog geïnvesteerd in Zuid-Europese landen, maar nu is ook dat verleden tijd. De Duitsers hebben zelfs een overschot ten opzichte van China. Duitsland houdt gewoon zijn geld, waardoor het ook niets meer opbrengt. Op die manier houdt het de Europese economische groei tegen en dwingt ze andere eurolanden om zich aan te passen op een negatieve manier: bezuiniging en verarming in plaats van economische groei en een positieve spiraal. Duitsland overtreedt zo de Europese macro-economische regels die ze zelf oplegde tijdens de eurocrisis. Als de Europese Commissie écht geloofwaardig wil zijn, weet ze wat haar te doen staat: Duitsland naar de strafbank verwijzen. In het rapport 2015 [Lees hier het rapport] wijst de Commissie op het onevenwicht en vraagt ze maatregelen. Maar volgens de lentevooruitzichten blijft het overschot te hoog. Nu moet ze volgens de procedure [Macro-economische onevenwichtsprocedure] verder gaan en dreigen met een sanctie, net zoals ze dat doet voor Frankrijk op begrotingsvlak.

3. Extreem lage tot negatieve rentevoeten door Duitsland

Het Duitse spaaroverschot heeft nog een ander gevolg: extreem lage tot zelfs negatieve rentevoeten op spaargeld. Minister Van Overtveldt en de Europese conservatieven wijzen in dat verband graag en telkens weer met beschuldigende vinger naar het schuld-opkoopbeleid  van de Europese Centrale Bank (ECB). Een redeneerfout, want ze verwarren oorzaak en gevolg. De rente is immers laag, omdat de lange termijn groeiperspectieven zwak zijn [blog: Why we should not blame the ECB for low returns on German savings] . En die zijn zwak omdat er in Duitsland en bij uitbreiding in de hele eurozone teveel gespaard en te weinig geïnvesteerd wordt. Aangezien dat onevenwicht maar niet gecorrigeerd raakt, wil de ECB de economie stimuleren door investeringen op een monetaire manier aan te moedigen. Daardoor is de rente inderdaad nog lager, maar verbeteren wel de rentevooruitzichten op lange termijn omdat het economische vooruitzicht positiever is.

4. Duitsers moeten sparen ontmoedigen en aanzetten tot consumptie en investeringen

Een Duits fiscaal beleid dat sparen wat ontmoedigt en gezinnen en bedrijven aanzet tot consumptie en investeringen - bijvoorbeeld door lage lonen te verhogen via een gerichte lastenverlaging - zou de hele eurozone helpen en de ongelijkheid in Duitsland verminderen. Idem voor een investeringsgolf van de gezamenlijke Duitse overheden en bedrijven.


Die correctie is al een beetje aan de gang, maar verre van genoeg. De Duitse overheid zal ook dit jaar een overschot op haar begroting boeken. Dat is wraakroepend, in de eerste plaats voor de arme Duitsers – en die zijn talrijk ondertussen – maar ook voor de inwoners van de hele Eurozone, waaronder de Grieken. Want zelfs als Griekenland zijn economisch performantie verbetert, zal het zonder economische stimulus van onder meer Duitsland niet uit het slop geraken.


Kortom, zonder de Duitse natte droom van onze minister van Financiën zou niet alleen ons land, maar ook Duitsland en bij uitbreiding de hele eurozone veel verder staan dan nu het geval is. Veel reden tot juichen is er dus niet.