“Ik durf er niet aan te denken dat er bij deze beslissing ideologische standpunten meespelen.” Peter De Caluwe, directeur van de Munt in Brussel, stelt openlijk de vraag na de nieuwe culturele kaakslag, of beter kaalslag. Als we de film even terugspoelen en de keuzes van deze rechtse regeringen netjes achter elkaar monteren, kunnen we helaas niet anders dan te concluderen: “Wij vrezen van wel.” Cultuur als een slecht geregisseerde horrorfilm.

De Vlaamse regering rolde de voorbije weken de rode loper uit, met Sven Gatz in een hoofdrol. Niet als regisseur, maar als figurant. Nochtans vonden wij de keuze om precies Gatz aan te stellen in deze harde en rechtse factuurregering aanvankelijk een lichtpunt. Ze stond in schril contrast met het cultuurhoofdstuk in het Vlaamse regeerakkoord, dat vaag is en vooral uitgaat van de economisering van het landschap. Wij maakten ons dus zorgen, maar koesterden een sprankeltje hoop in onze minister van Cultuur en van Brussel. Tevergeefs, het scenario kennen we intussen. De Vlaamse regering ging veel verder dan de kaasschaaf en volgde het Nederlandse model: minder overheid en meer markt, minder kunst en meer industrie, minder middelen en meer concurrentie.

Alsof één slechte horrorfilm niet volstond, besliste de federale regering om een sequel te maken. Maar dan zonder regisseur, laat staan figurant. Zo werden de Munt, Bozar en het Nationaal Orkest herleid tot een boekhoudkundige post in het rekenboek van Michel I. De Munt en Bozar brengen kunst op wereldtopniveau en kennen in de ons omringende landen hun gelijke niet qua programmatie, internationale appreciatie en bezettingsgraad. Ze slaagden erin om een divers publiek, jong én oud, weer warm te maken voor een ‘oude’ kunstvorm als opera of de drempelvrees voor een museumbezoek te verlagen. Ze bieden kunst aan die doet nadenken en dat moet voor iedereen weggelegd blijven. Hun grote internationale uitstraling gaat bovendien gepaard met een belangrijke economische toegevoegde waarde, voor Brussel én voor België.

En zo belanden we weer bij de openingsvraag: is de culturele hakbijl – want dat is het intussen - ideologisch geïnspireerd? Al beweert rechts bij hoog en bij laag van niet is het enige juiste antwoord: “Uiteraard!”. En dat is ook haar goed recht. Maar, beste heren Bourgeois en Michel, heb dan ten minste de moed om de verantwoordelijkheid op te nemen voor die keuzes in plaats van telkens weer met excuses op de proppen te komen.

Keuzes maken is geen kwestie van een simpel rekensommetje. Cultuur bepaalt mee de manier waarop een samenleving gestalte krijgt. Cultuur verbindt de vorige, huidige en toekomstige generaties met elkaar, stimuleert in grote mate de slagkracht en uitbouw van sociale netwerken en draagt tegelijk bij tot de kritische zin en autonomie van mensen. Allemaal zaken die helpen om moeilijkheden in ons leven te overwinnen. Besparen op cultuur is besparen op mensen. Op de zuurstof die ze krijgen, op hun levenscomfort en geluk. Door de culturele instellingen met internationale allure in onze hoofdstad op droog zaad te zetten sluiten we net die essentiële zuurstoftoevoer voor Brussel af.